Het risico om hoogteziekte te krijgen

Veel mensen denken dat hoogteziekte alleen voorkomt op zeer grote hoogte in verre landen. Dat is een vergissing. Ook in de Alpen wordt de ziekte al op relatief lage hoogten regelmatig gezien. Hierbij zij aangetekend dat hoogteziekte niet voorkomt bij ‘retourtjes’, dus bij weer dalen naar het startniveau binnen een uur of acht na het bereiken van het hoogste punt. Lichte klachten als wat hoofdpijn of wat licht in het hoofd komen dan wel voor, maar tijd om ernstige klachten te ontwikkelen is dan gewoon te kort. Er moet dus altijd een verblijf op hoogte van minimaal een uur of acht (meestal een overnachting) aan de orde zijn.

Een veel gehanteerde ruwe indeling van de kans op hoogteziekte in relatie tot hoogte is de volgende:

• 2500 tot 3500 meter: Hoog. Kans op meestal lichte vorm van hoogteziekte gemiddeld 25%;
• 3500 tot 5500 meter: Zeer hoog. Kans op ook ernstige en soms fatale vormen van hoogteziekte gemiddeld 65%;
• 5500 tot 8850 meter (hoger kun je niet klimmen bij ontbreken van bergtoppen): Extreem hoog. Kans op lichte tot zeer ernstige vormen van hoogteziekte loopt op vrijwel 100%.

Drie factoren zijn van doorslaggevend belang bij de kans op hoogteziekte:

• de snelheid van stijgen;
• de slaaphoogte;
• aanleg.

De kans om hoogteziekte te krijgen heeft weinig te maken met de lichamelijke conditie. Er zijn zelf aanwijzingen dat mensen in goede conditie geneigd zijn zichzelf te overschatten en te snel te klimmen, hetgeen het risico juist verhoogt. Natuurlijk is een goede conditie wel nodig om te kunnen presteren.

Ook de leeftijd en het geslacht houden weinig verband met de kans op hoogteziekte. Mogelijk wordt de gevoeligheid boven de 60 jaar zelf wat minder.

Mensen (o.a. geestelijk gehandicapten en kleine kinderen) die niet in staat zijn hun eventuele klachten zelf te verwoorden, kunnen beter niet langer dan enige uren op hoogten boven 2500 meter worden blootgesteld. Sommige personen zijn gevoeliger voor hoogteziekte dan anderen. Dat is een kwestie van ‘aanleg’. De beste voorspeller voor het krijgen van hoogteziekte is het feit dat men het bij een eerdere klim ook heeft gekregen. Mensen die eenmaal hoogteziekte hebben gehad, lopen een volgende keer eenzelfde – in vergelijking met anderen groter – risico om weer hoogteziekte te krijgen. Voor hen is het treffen van voorzorgmaatregelen nóg belangrijker dan voor degenen die uit ervaring weten niet zo ‘gevoelig’ te zijn voor deze ziekte.

De volgende factoren vergroten de kans op hoogteziekte:

Snel (bijvoorbeeld in één dag) stijgen van zeeniveau naar hoogten boven ongeveer 2500 meter, of boven die hoogte sneller stijgen dan 300 meter per dag (slaaphoogte) zonder rustdagen in te lassen.

• (Veel) te dik zijn.
• Aanleg. Het is nog niet bekend wat die aanleg precies inhoudt, maar wie eenmaal hoogteziekte kreeg terwijl hij/zij zich keurig aan alle adviezen heeft gehouden, loopt een volgende keer een hoger risico weer hoogteziek te worden.
• Zware lichamelijk inspanningen leveren, door de dan extra grote zuurstofbehoefte. Vaak zien we dit bij fitte personen, die juist door hun conditie te snel omhoog klimmen en daardoor in de problemen raken.
• Ziekten die men al had vóór de beklimming. Met name sommige hart- en longziekten, maar ook andere ziekten zijn hier van belang. Sommige medicijnen kan men beter niet gebruiken.

Factoren die hoogteziekte weliswaar niet rechtstreeks bevorderen maar die klimmen zeer kunnen bemoeilijken en klachten doen verergeren zijn de volgende:

• Roken, doordat dan de zuurstofafgifte van het hemoglobine naar de weefsels wordt verminderd.
• Gebruik van alcohol tijdens rustpauzes van de tocht, aangezien alcohol de urineproductie verhoogt en daardoor je vochtbalans verstoort. Daarnaast heeft alcohol nog vele andere schadelijke nevenwerkingen, onder andere op je zenuwstelsel en je motoriek. Ook kan het gebruik van alcohol je optimistischer maken over je conditie dan deze is, waardoor je symptomen ontkent of niet onderkent en je verder stijgt terwijl je conditie dat eigenlijk niet toelaat.
• Hoge omgevingstemperatuur, door het dan soms extreme vochtverlies, in combinatie met te weinig drinken.
• Zeer lage omgevingstemperatuur, door afkoeling, en door vochtverlies via de ademhaling omdat de lucht op hoogte erg droog is. Per 1000 meter stijgen daalt de luchttemperatuur met gemiddeld 6,5 graden Celsius.

Uit deze opsomming kun je al concluderen dat hoogteziekte in het algemeen is te voorkomen door met de genoemde factoren rekening te houden. Tevens kun je er de juiste behandeling uit afleiden. Dat geldt ook voor mensen die gevoelig zijn gebleken voor deze ziekte. De hierboven genoemde percentages van mensen die ziek worden, zijn veel hoger dan verwacht mag worden wanneer mensen zich zouden houden aan een aantal richtlijnen. Uit onwetendheid, tijdsdruk of eigenwijsheid doen veel mensen dat niet.

Overigens: Als je zonder klachten hoog bent gekomen, of inmiddels klachtenvrij bent geworden, en je krijgt tijdens het afdalen (opnieuw) klachten, dan is dat nooit hoogteziekte. Tijdens het afdalen kun je geen hoogteziekte krijgen!

Soms vragen mensen zich af waarom je in een vliegtuig geen last van hoogteziekte kunt krijgen. Immers, de kunstmatig in stand gehouden luchtdruk in de meeste vliegtuigen die op zo’n 10.000 meter hoogte kruisen, is vergelijkbaar met een hoogte van 1000 tot bijna 3000 meter. De Amerikaanse wettelijke limiet is maximaal 2400 meter voor commerciële vluchten. Meestal duren zulke vluchten echter te kort om veel effect op het lichaam te hebben en bovendien is het eindpunt vaak ook weer op zeeniveau. Alleen voor mensen met relatief ernstige ziekten van de luchtwegen en bepaalde hartziekten kan de iets lagere zuurstofconcentratie in het vliegtuig een bezwaar zijn, maar dan is er meestal ook bezwaar tegen een hoogtereis. Mocht de druk in de cabine onderweg plotseling wegvallen, dan zou je vrij snel overlijden door acuut zuurstoftekort, niet door hoogteziekte, maar gelukkig zijn daar in het vliegtuig oplossingen voor aanwezig. Ga dus gerust vliegen.

Auteur: Han Willems – Meer info over hoogteziekte