Hoe te handelen bij acute hoogteziekte?

We gaan er nu van uit dat je tot de klimmers hoort die of erg gevoelig zijn voor hoogteziekte of zich niet aan de adviezen hebben gestoord, want je hebt hoogteziekte gekregen. Het is ook mogelijk dat je het nog ernstiger te pakken hebt en dat je klachten passen bij te veel vocht in de longen of vocht in de hersenen. Wat nu te doen? Vanzelfsprekend is dat afhankelijk van de ernst van je klachten.

 

Voor iedereen met verschijnselen van hoogteziekte, ook in lichte vorm, geldt het volgende:

 

1. Stijg niet verder. Als het alleen gaat om de allerlichtste vorm van hoogteziekte – hoofdpijn die nog goed reageert op een normale pijnstiller als paracetamol of ibuprofen, met een milde vorm van eetlustvermindering, lichte misselijkheid, lichte slaapproblemen, een beetje licht in het hoofd – kun je desnoods nog wel proberen maximaal 300 meter hoger te komen, tenzij een terugkeer van die nieuwe hoogte om wat voor reden dan ook niet goed mogelijk is. Als je met deze lichte klachten toch verder stijgt moet je nauwkeurig het verloop van je klachten bijhouden. Worden ze bij het stijgen erger, en die kans is nogal groot, dan zit er niets anders op: je moet terug naar de hoogte waarop je nog klachtenvrij was en daar ten minste een dag blijven. Daal in deze situatie in ieder geval minstens 300 tot 500 meter. Nemen de klachten vervolgens af, dan kun je na een of twee rustdagen weer omhoog, maar je volgende slaaphoogte mag dan niet meer dan 300 hoger liggen dan je startpunt. Als de klachten niet binnen 24 uur afnemen maar ook niet verergeren, wacht dan rustig nog een dag. Als je klachten zelfs nog toenemen, ondanks de rust, dan moet je minstens 500 meter verder omlaag en als het kan een arts opzoeken.

 2. Je moet altijd omlaag als er verschijnselen zijn die wijzen op longoedeem (vocht in de longen) of hersenoedeem (vochtophoping in de hersenen). Hierover is geen discussie met de reisleiding of reisgenoten mogelijk: je loopt zeer grote risico’s door af te wachten. Een afdaling van 500 meter is meestal voldoende om de klachten te doen verminderen of zelf geheel verdwijnen. Als afdalen niet mogelijk is vanwege weersomstandigheden, het tijdstip van de dag of de ernst van je conditie, dan is behandeling in een hypobare drukzak de beste optie, in afwachting van afdaling.

3. Drink zoveel als mogelijk is, dat is bijvoorbeeld op 4000 meter ten minste 5 liter per dag. De vrijwel altijd verstoorde vochtbalans moet zo snel mogelijk hersteld worden.

4. Zuurstof toedienen zal de klachten altijd verminderen, maar besluit er niet te snel toe. Bij lichte klachten is het volstrekt overbodig, bij ernstige klachten is het nuttig of nodig, maar alleen in combinatie met andere maatregelen. Voor de gemiddelde toerist is het meesjouwen van de relatief zware flessen niet nuttig en ook zijn ze nogal duur. Bovendien zijn er altijd mensen die menen dat ze zich met zuurstof in de rugzak niet meer normale voorzorgsmaatregelen hoeven te houden, waardoor ze dan later inderdaad zuurstof nodig hebben. Mocht je toch zuurstof willen meenemen, dan moet je er rekening mee houden dat de toediening per zuurstofmasker ten minste een kwartier moet duren wil het enig nut hebben. Zo af en toe een paar minuten aan het masker lurken is zinloze verspilling van zuurstof die je straks misschien echt nodig hebt. Als zuurstof echt nodig is, is afdalen dat ook! Stel in dat geval de zuurstoftoevoer in op ten minste 4 liter per minuut. In ernstige gevallen kun je hoger beginnen (kan nooit kwaad, mits je genoeg zuurstof bij je hebt), bijvoorbeeld 10-20 liter per minuut tot de toestand verbetert, en dan terug naar 4-8 liter. Alleen als je zuurstof slechts wilt gebruiken om beter te slapen, kun je het toestel lager instellen, bijvoorbeeld op 0,5 tot 1 liter per minuut. Medisch gezien is dit echter niet nodig, en ook hier kun je beter zuinig zijn. Realiseer je dat het frequent gebruik van zuurstof je acclimatisatietijd verlengt.

5. Een veel praktischer middel om zo nodig aan extra zuurstof te komen is de hypobare luchtzak. Sommige reisorganisaties nemen bij tochten naar/op grotere hoogten tegenwoordig zo’n draagbare opblaasbare luchtzak mee. Voor (groeps)reizen boven de 3000 meter is dit overigens aan te raden, zeker als snelle evacuatie naar ‘veiliger oorden’ bij problemen niet mogelijk is. Het voordeel boven zuurstof in flessen is dat de omgevingslucht het reddend medium is, en die raakt nooit op. In een dergelijke opblaaskamer wordt de luchtdruk kunstmatig verhoogd, gelijkstaand met een afdaling van bijvoorbeeld ongeveer 2000 meter als je op 4000 meter zit. Vanzelfsprekend helpt dit, maar hier geldt hetzelfde als voor zuurstof: het is zinvol bij ernstige problemen en moet gepaard gaan met andere maatregelen. De ervaring leert dat twee tot vier uur ‘behandeling’ in een opblaaskamer de conditie vaak zeer verbetert, zodat de noodzakelijke afdaling ook fysiek weer mogelijk is.

6.Medicijnen kunnen behulpzaam zijn, soms noodzakelijk.

 

Voor alle klachten geldt:

als je je slechter voelt ondanks rust op dezelfde hoogte: meteen afdalen en pas als je volledig hersteld bent weer klimmen.

Auteur: Han Willems – Meer info over hoogteziekte