5 factoren die je hoogtetraining negatief kunnen beïnvloeden
Gepubliceerd 23 oktober 2017 · 7 min leestijd

Sommige sporters verbeteren nauwelijks na een periode op hoogte. Ze heten non-responders: mensen bij wie hoogtetraining zogenaamd niet aanslaat. Maar bestaat die non-responder eigenlijk wel? Steeds meer wetenschappers twijfelen daaraan. Het Australisch sportinstituut benoemde vijf factoren, de vijf “I”s, die het bloedeffect van hoogtetraining zo kunnen verstoren dat het lijkt alsof een sporter niet reageert. In dit artikel lees je welke vijf dat zijn en hoe je ze voor bent.
Kort antwoord: een echte non-responder is zeldzaam. Veel vaker is er iets mis met een van de vijf “I”s: Injury (ontsteking), Iron (ijzer), Illness (ziekte), Intensity (te hard trainen) en Intake (te weinig koolhydraten en eiwitten). Klopt een van deze factoren niet, dan mist je hoogteperiode zijn effect, hoe goed je schema verder ook is.
Conclusie: “niet reageren op hoogte” is meestal geen aanleg, maar een verstoorde randvoorwaarde.
Nuance: de vijf “I”s werken samen; één zwakke schakel volstaat om de prikkel te blokkeren.
Praktische haak: wie deze vijf vooraf op orde brengt en tijdens de stage bewaakt, haalt het maximale uit dezelfde hoogte.
Waarom de “non-responder” grotendeels een mythe is
Tot voor kort gold als vuistregel dat ongeveer 10 procent van de sporters non-responder zou zijn. Tegenwoordig denken veel onderzoekers daar anders over. Een non-responder is volgens hen vaak niets anders dan iemand bij wie één of meer van de vijf “I”s niet in orde was tijdens de hoogteperiode.
Dat verschil is belangrijk. Geloof je dat je aanleg tegenzit, dan haak je af. Zie je het als een lijst controleerbare factoren, dan kun je er iets aan doen. Het echte mechanisme achter hoogtetraining is namelijk voor iedereen gelijk: minder zuurstof zet de aanmaak van rode bloedcellen aan. Hoe hoogtetraining fysiologisch werkt, verandert niet van persoon tot persoon; wel of de omstandigheden dat effect toelaten.
De vijf “I”s in één oogopslag
Elk van deze vijf factoren kan je bloedaanpassing afremmen. Ze staan hieronder met hun kernboodschap; daarna bespreken we ze één voor één.
| Factor | Wat er misgaat | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Injury | Ontsteking verstoort de aanpassing | Blessures en ontstekingen eerst laten genezen |
| Iron | IJzertekort remt aanmaak rode bloedcellen | Ferritine vooraf checken en aanvullen |
| Illness | Ziekte en koorts breken het effect af | Hoogtetraining uitstellen tot je fit bent |
| Intensity | Te hard trainen ondermijnt herstel | Bewust afremmen, met marge afsluiten |
| Intake | Te weinig brandstof en bouwstof | Voldoende koolhydraten en eiwitten eten |
Misgaat: ontsteking verstoort de aanpassing.
Oplossing: blessures en ontstekingen eerst laten genezen.
Misgaat: ijzertekort remt de aanmaak van rode bloedcellen.
Oplossing: ferritine vooraf checken en aanvullen.
Misgaat: ziekte en koorts breken het effect af.
Oplossing: hoogtetraining uitstellen tot je fit bent.
Misgaat: te hard trainen ondermijnt je herstel.
Oplossing: bewust afremmen en met marge afsluiten.
Misgaat: te weinig brandstof en bouwstof.
Oplossing: voldoende koolhydraten en eiwitten eten.
1. Injury: langdurige ontsteking verstoort alles
Een aanhoudende ontsteking kan het effect van hoogte op je lichaam volledig ontregelen. Het hoeft geen zware blessure te zijn. Van een hardnekkige knieklacht tot een kleine tandvleesontsteking: elke sluimerende ontstekingshaard trekt aan hetzelfde systeem dat je nieuwe rode bloedcellen moet aanmaken.
Ga je met zo’n ontsteking op hoogte, dan investeer je in een prikkel die je lichaam niet kan verzilveren. Laat klachten daarom eerst uitgenezen. Twijfel je of iets speelt? Een korte check bij arts of tandarts vooraf is de moeite waard, juist omdat kleine ontstekingen zo makkelijk over het hoofd worden gezien.
2. Iron: zonder ijzer geen nieuwe rode bloedcellen
IJzer is de belangrijkste bouwstof voor hemoglobine, het eiwit dat zuurstof vervoert. Zit je ijzervoorraad te laag, dan zal je hoogtetraining vrijwel zeker haar effect missen. Laat daarom enkele weken voor vertrek via een bloedonderzoek je ijzerstatus controleren, zodat je op tijd kunt bijsturen.
Tijdens de stage verbruikt je lichaam bovendien meer ijzer dan normaal, doordat de aanmaak van rode bloedcellen op volle toeren draait. Extra ijzersupplementen zijn dan meestal nodig. Hoe je ijzer en voeding rond je hoogtetraining aanpakt, bepaalt of de prikkel landt of wegvloeit.
🧭 In de praktijk
Neem ijzersupplementen ’s ochtends in op een nuchtere maag, bij voorkeur samen met een verse sinaasappel. De vitamine C daarin verhoogt de opname aanzienlijk. Vermijd tegelijk koffie, thee en zuivel, want die remmen de opname juist. Doe dit onder begeleiding, want te veel ijzer is ook niet wenselijk.
3. Illness: ziekte breekt de prikkel af
Ziekte is een klassieke stoorzender op weg naar betere prestaties. Net als bij gewone training kan een infectie het effect van je hoogteperiode tenietdoen. Je lichaam kan zijn energie maar één keer inzetten: gaat die naar herstel van een infectie, dan blijft er weinig over voor de bloedaanpassing.
Bij koorts geldt altijd hetzelfde advies: stel de hoogtetraining uit tot je weer honderd procent fit bent. Doorzetten kost je niet alleen de prikkel, maar vergroot ook het risico dat je langer uit de running blijft. Uitstel voelt frustrerend, maar levert onderaan de streep meer op.
4. Intensity: te hard trainen ondermijnt het effect
De beste resultaten zien we bij sporters die zichzelf tijdens de hoogteperiode wat weten af te remmen. Op hoogte is je herstelvermogen kleiner, dus dezelfde training weegt zwaarder dan thuis. Wie voluit blijft gaan, put zichzelf uit en ondermijnt precies de aanpassing die hij zoekt.
De juiste intensiteit betekent dat je aan het einde van een training het gevoel hebt dat er nog meer in zat. Dat voelt tegennatuurlijk voor gedreven sporters, maar die marge is geen zwakte. Het is de ruimte waarin je lichaam de hoogteprikkel kan omzetten in winst. Het is ook een van de meest gemaakte fouten bij hoogtetraining.
5. Intake: voldoende brandstof en bouwstof
Voldoende koolhydraten en eiwitten zijn onmisbaar tijdens een hoogteperiode. Koolhydraten leveren de brandstof om ontstekingen te voorkomen en je training vol te houden. Eiwitten leveren de bouwstenen die de verhoogde aanmaak van rode bloedcellen ondersteunen.
Eet je te weinig, dan zet je lichaam de spaarstand aan en krijgt de bloedaanpassing niet de grondstoffen die ze nodig heeft. Onderschat dit niet: op hoogte daalt de eetlust vaak, terwijl je energiebehoefte juist stijgt. Bewust en voldoende eten is daarom geen detail, maar een voorwaarde.
⚠️ Realiteitscheck
De vijf “I”s werken als een ketting. Je ijzer kan perfect op peil zijn, maar met een sluimerende ontsteking of te weinig eten blokkeer je alsnog de aanpassing. Eén zwakke schakel volstaat. Beoordeel de factoren daarom samen, niet los van elkaar, voordat je conclusies trekt over je respons.
Zo houd je de vijf “I”s onder controle
Of hoogtetraining bij jou aanslaat, hangt minder af van aanleg en meer van voorbereiding. De vijf “I”s zijn stuk voor stuk controleerbaar. Deze beslisregels helpen je te bepalen wanneer je doorgaat en wanneer je eerst iets rechtzet.
Wel starten als je klachtenvrij bent, je ferritine op peil is en je voldoende kunt eten tijdens de stage.
Eerst bijsturen als je ijzer laag is of een sluimerende ontsteking speelt: los dat op voordat je op hoogte gaat.
Uitstellen bij koorts of ziekte; hervat pas als je weer volledig fit bent.
Afremmen zodra je herstel achterblijft of je trainingen zwaarder voelen dan normaal; verlaag de intensiteit voor je verder bouwt.
Meten helpt om dit objectief te houden. Hoe je het effect van je hoogtetraining meet met je saturatie, hartslagvariabiliteit en herstel, laat op tijd zien of een van de vijf “I”s roet in het eten gooit. Zo stuur je bij op data in plaats van op gevoel.
📊 Onderzoek laat zien
Het idee dat 10 procent van de sporters simpelweg niet op hoogte reageert, houdt steeds minder stand. Onderzoekers wijzen erop dat de meeste zogenaamde non-responders in werkelijkheid kampten met een verstoorde factor, vaak ijzer of een ontsteking. Corrigeer je die, dan reageert het overgrote deel alsnog op de hoogteprikkel.
Haal het maximale uit je hoogtetraining
Wil je de vijf “I”s planmatig aanpakken en je hoogteprikkel thuis meetbaar opbouwen? Bekijk je mogelijkheden en lees hoe andere sporters het aanpakten.
Veelgestelde vragen
Bestaan er echt non-responders voor hoogtetraining?
Echte non-responders zijn zeldzaam. Wat vroeger als aanleg werd gezien, blijkt vaak een verstoorde randvoorwaarde: een van de vijf “I”s die niet in orde was. Corrigeer je die factoren, dan reageert het overgrote deel van de sporters alsnog op de hoogteprikkel.
Wat zijn de vijf “I”s van hoogtetraining?
De vijf “I”s zijn Injury (ontsteking), Iron (ijzer), Illness (ziekte), Intensity (trainingsintensiteit) en Intake (voeding). Het Australisch sportinstituut benoemde ze als de factoren die het bloedeffect van hoogtetraining kunnen verstoren en een sporter ten onrechte op een non-responder laten lijken.
Waarom is ijzer zo belangrijk bij hoogtetraining?
IJzer is de bouwstof voor hemoglobine. Zonder voldoende ijzer kan je lichaam geen nieuwe rode bloedcellen aanmaken, precies het effect dat je met hoogtetraining nastreeft. Bij een tekort mist de stage vrijwel zeker haar doel, dus laat je ferritine vooraf checken.
Kun je te hard trainen tijdens een hoogtestage?
Ja, en dat is een veelgemaakte fout. Op hoogte is je herstelvermogen kleiner, waardoor dezelfde training zwaarder weegt. Rem je onvoldoende af, dan ondermijn je de aanpassing. De vuistregel: sluit een training af met het gevoel dat er nog meer in zat.
Reageert een sporter niet op hoogte? Vrijwel altijd wijst dat niet op ontbrekende aanleg, maar op een van de vijf “I”s die aandacht vroeg. Injury, Iron, Illness, Intensity en Intake bepalen samen of je hoogteperiode landt. Breng ze vooraf op orde en bewaak ze onderweg, en je haalt uit dezelfde hoogte een reëel, meetbaar resultaat.


