Hoogtetent nauwkeurig en goedkoper dan stage in de bergen

Hoogtetenten voorzien in een behoefte. Op de website van Altitude Dream staan tientallen namen van wielrenners, triatleten, zwemmers en schaatsers die ermee hebben gewerkt. Rondom de hoogtetenten hing lange tijd een waas van geheimzinnigheid. Die had deels te maken met de aard van topsport. Topatleten experimenteren voortdurend met nieuwe spullen en houden dat graag voor zich, zeker als het voordeel oplevert.

De hoogtetent werden door dopingbestrijders lange tijd argwanend bekeken. Voormalige WADA voorzitter Pound noemde de tenten ‘tegen de geest van de sport’. Ze zijn bedoeld om op kunstmatige wijze, zonder bewuste inspanning, de prestaties te bevorderen. Het lichaam maakt automatisch extra rode bloedcellen aan als het een zuurstoftekort ervaart. Toch werd een aantal jaar geleden na uitvoerige discussie besloten geen maatregelen tegen de tenten te treffen. Ze leveren geen gezondheidschade op en handhaving van een verbod is nauwelijks uitvoerbaar. In sommige landen wordt het gebruik wel als onethisch beschouwt: In Noorwegen en Italië bijvoorbeeld.

Gebruik van een hoogtetent wordt in sommige landen als onetisch gezien

Maarten van der Weijden, Olympisch zwemkampioen, vindt dat het WADA in 2006 juist heeft gehandeld door de hoogtetenten vrij te geven. ‘Als je dit verbiedt, dan is de volgende stap het verbieden van hoogtestages. En dan is de volgende stap het uitsluiten van mensen die op natuurlijke wijze op hoogte leven. Dat kan niet.”

De ontwikkeling van de techniek laat zich niet tegenhouden meent de zwemmer. Misschien voelen andere sporters zich straks verplicht om in een hoogtetent te slapen. Het is volgens hem niets anders dan een bepaald soort zwempak te moeten aantrekken, omdat bewezen is dat het sneller is.

‘Het is de natuurlijke ontwikkeling van sport. Tegen hoogtetenten zijn, is bijna hetzelfde als tegen mij zeggen: ‘jij traint zo veel dat iedereen die van jou wil winnen net zoveel moet trainen. Wat is dat voor belachelijk leven. Maar zo zit de sport in elkaar.’

De belangstelling van topsporters voor hoogtetenten verbaast ook inspanningsfysioloog Gerard Rietjes niet. ‘Het biedt veel voordelen. De sporters hoeven hun eigen omgeving niet te verlaten voor bergen. Het is goedkoper dan steeds op trainingskamp. Ze kunnen zelf de exacte hoogte instellen. Dat is nuttig want ieder mens reageert verschillend op het tekort aan zuurstof. En ze kunnen ‘hoog slapen en laag trainen’. Live high train low, zoals het in het jargon heet. Volgens die methode, die ook door Maarten van der Weijden met succes werd gevolgd, rusten en slapen doen sporters op hoogte. Daardoor stimuleren ze het lichaam tot de aanmaak van extra rode bloedcellen. Ze trainen daarentegen in de omgeving die ze gewend zijn, op zeeniveau. Het lichaam hoeft zich dan niet aan te passen aan het zuurstoftekort, zoals in de bergen. Er kan dus met meer intensiteit en kwaliteit worden getraind.