Dr. Guido Vroemen: De voorbereiding op hoogtetraining

Guido Vroemen is sportarts en eigenaar van sportmedisch adviescentrum (SMA) Midden Nederland. Naast sportarts is Guido tevens Medisch Bioloog en gediplomeerd Triathlon Trainer. Wij vroegen Guido hoe sporters zich nu het best kunnen voorbereiden op een periode met hoogtetraining.

Hoogtetraining geeft een extra fysiologische stress aan het lichaam in een poging om de reactie van de atleet op de training te vergroten. Er zijn echter een aantal van andere factoren in het leven van atleten die serieus genomen moeten worden bij het overwegen om Hoogtetraining te gaan toepassen, waaronder, o.a. training, familie, verhoudingen, en psychologische stress. Door deze extra stress wordt aanbevolen dat de atleten hun trainingsvolume en intensiteit verlagen tijdens de eerste paar weken van de hoogtetraining, maar er zijn ook een aantal andere training en gezondheid gerelateerde factoren die moeten worden beschouwd voorafgaand aan de hoogtetraining. Het verhogen van de stress door hoogtetraining op een reeds minder goed belastbare atleet kan namelijk resulteren in juist verminderde prestaties.

“Onderzoeken suggereren dat de hypoxische omgeving van hoogte de vraag naar ijzer vergroten onder goed getrainde atleten”

Een van de belangrijkste overwegingen is de ijzerstatus, omdat een adequate ijzervoorraad noodzakelijk is om nieuwe rode bloedcellen te ontwikkelen. Ijzer suppletie in combinatie met hoogtetraining is vaak uitgevoerd om prestaties te verbeteren bij sporters, terwijl in sommige onderzoeken er ook hoogtetraining zonder aanvullende dosis ijzer is toegepast, wat resulteerde in een duidelijke afname in serumferritine (ijzervoorraad). Theoretisch is ijzer een vereiste component van het hemoglobine molecuul en dient als de exclusieve plek om zuurstof te binden en weer los te laten. IJzer is nodig om nieuwe rode bloedcellen op te bouwen, wat deel uitmaakt van de erythropoiese. Ferritine, de opslagvorm van ijzer, daalde na drie weken verblijf op hoogte op 2225 m in elite mannelijke zwemmers. Vergelijkbare resultaten werden gemeld in elite vrouwelijke schaatsers die verbleven op 2700 m gedurende 27 dagen en trainden op een hoogte tussen 1.400 m en 300 m. Deze onderzoeken suggereren dat de hypoxische omgeving van hoogte de vraag naar ijzer vergroten onder goed getrainde atleten. Bovendien hebben recente studies aangetoond dat het uithoudingsprestatievermogen afnam door insufficiëntie ijzer suppletie in goed getrainde niet-anemische sporters wat betekent dat zelfs atleten met een goed ijzergehalte benadeeld kunnen zijn als hun ijzer niveau niet voldoende is gesuppleerd voor deze individuele omstandigheden op hoogte met een hogere turn-over van ijzer.

hoogtetraining-figuur-5

In onderzoek is aangetoond dat ijzersuppletie vergeleken met placebo groep tijdens een Live High-Train Low stage van 3 weken een significante verbetering geeft van de prestaties (bij zwemmers en triatleten) bij de ijzersuppletie groep vergeleken met de placebo groep.

Een laag ijzergehalte zal de aanpassing aan de hoogte vertragen en dus zal het lichaam van de sporter langer nodig hebben om aan te passen aan de zuurstofarme omgeving en vervolgens ook langere tijd nodig hebben om prestatieverbetering te bewerkstelligen.

Er is ook onderzocht dat aanvullende ijzertabletten helpen om hematologische parameters tijdens IHE en IHT verbeteren. Na 2-3 weken van beide IHE, of IHT atleten nemen van ijzersupplementen toonde verbeterd hematologische indicators (fig. 6).

Hoogte kan ook het immuunsysteem negatief beïnvloeden en vertraagt ​​het herstel van ziekte, zodat atleten met een ziekte wordt aangeraden niet naar hoogte te gaan.

Er dient nauwlettend toezicht te worden gehouden op het welzijn van atleten op hoogte.

Aanbeveling is om een aantal bloedparameters te monitoren. Hieronder vallen een bloedbeeld (met o.a. rode en witte bloedcellen en reticulocyten), ijzerstatus (ferritine, transferrine) en EPO (indien beschikbaar).

Naast monitoren van veranderingen in de hematologische en immuunresponsen zijn er ook andere variabelen die moeten worden gemonitord waaronder lichaamsgewicht, rust en hartslag tijdens inspanning en hemoglobineverzadiging levels (SpO2). Deze vorm van monitoring is minder subjectief en geeft een goede indicatie van aanpassing aan de hoogte.

Zo is waarneembaar dat de non-responder in het algemeen een lager hemoglobineverzadiging niveau (SpO2) heeft dan de responder. Een dergelijke verandering weerspiegelt waarschijnlijk het ontoereikende vermogen van de non-responder aan te passen aan de hypoxische omgeving.

Hoogtetraining-figuur-6

Conclusie en advies:

Er is voldoende bewijs dat de diverse methodes van hoogtetraining voordelig kunnen zijn om het prestatievermogen te verbeteren, maar om het prestatievermogen van elite atleten te verbeteren op zeeniveau wordt geadviseerd om het Live High – Train Low principe toe te passen. Garanties dat iedere atleet zal verbeteren door toepassen van hoogtetraining zijn echter niet te geven. Sommige atleten kunnen de extra stress die de hypoxie geeft niet goed verwerken, zeker als ze al op de top van hun kunnen presteren.

“Om het prestatievermogen van elite atleten te verbeteren op zeeniveau wordt geadviseerd om het Live High – Train Low principe toe te passen.”

Toepassen van goede monitoring door middel van bloedbeeld controle met ijzerstatus en ook diverse andere parameters zoals gewicht, stress, hartslag bij inspanning en SpO2 (zuurstof saturatie), zorgt voor vroege detectie van problemen. Suppletie van ijzer is belangrijk tijdens hoogtetraining. Blijven nog vragen over zoals wat is de meest effectieve hypoxische dosis, beste monitoring van adaptatie tijdens hypoxie en hoe kunnen we het beste non-responders onderscheiden van responders?

Hoogtetraining-figuur-7

 

Guido Vroemen

Sportarts, medisch bioloog en triathlontrainer

www.sportarts.org